Een goede wandeling

In de vorige les heb je geleerd voor welke gedragingen de achter-hersenen en de voor-hersenen zorgen. Eigenaren moedigen (vaak onbewust) hun hond aan om achter-hersenen gericht te zijn wanneer ze niet voldoende structuur krijgen.
Als uw hond bijvoorbeeld zijn telkens snel naar het raam loopt en blaft naar mensen die buiten langs het raam lopen, en u houdt hem niet tegen, dan oefent hij impulsief, reactief gedrag (achter-hersenen).

Andere eigenaren moedigen de hond aan om met de woorden ‘pak hem’ de hond ‘als een malle’ de deur uit te  laten schieten en dagelijks bij bijvoorbeeld de vogel of kat in de achtertuin te “komen”. Dezelfde eigenaars zijn verbaasd als hun hond door de voordeur schiet, als een waanzinnige door de straat rent en zich niet laat vangen totdat hij klaar is met het zoeken naar vogels of katten.
De eigenaren leggen geen verband tussen het aanmoedigen en toestaan ​​dat de hond vogels en de katten in de achtertuin op een onbeheersbare manier achtervolgt, de hond vervolgens tijdens een wandeling niet kan besturen en begrijpt ook niet waarom de hond een onschuldige fietser of skate-boarder wil pakken.

Hoewel predatie (vangen, doden van een prooi) een heel natuurlijk gedrag is, is het mogelijk door het oefenen van het besturen van de hond in andere opwindende omstandigheden veel controle te krijgen over (instinctieve) gedragspatronen met een vaste actie.
Omdat ik mijn honden van bijvoorbeeld rennende katten kan terug roepen, weet ik dat ik voldoende controle heb om hen en anderen veilig te houden.
Je kan dit oefenen met beter bestuurbare schakel-oefeningen, met eerst gemakkelijk bestuurde prooiobjecten (bal, frisbee), beheerd met ijver zodat je hond geen kans krijgt om fouten te maken en slechte gewoonten te vormen, door systematisch en zorgvuldig het terug roepen te trainen.
Het vergt een tijdje oefening, maar is bevredigend en veilig voor de levensduur van de hond.

Ook tijdens de wandeling kan je de hond laten richten op de voor-hersenen door de wandeling goed te leiden en de hond na te laten denken en niet continue gericht op de achter-hersenen de wandeling te lopen.
Je start bij de voordeur waar je de hond naast je laat zitten voordat je de deur open doet. Je stapt als eerste de deur uit en geeft de hond de opdracht ‘voet’, ‘volg’ of ‘naast’ waarbij de hond met ontspannen lijn naast je blijft lopen. Een hond heeft ca. 15 minuten nodig om de opgebouwde over-energie af te laten vloeien. Je kan er daarom voor kiezen om eerst een kwartier te lopen, de hond dan de gelegenheid te geven de behoefte te doen en daarna weer naast je te lopen. Mocht de behoefte van de hond hoger zijn, doordat de hond een tijdje alleen thuis is geweest dan laat je hem eerst (onder leiding) de behoefte doen en loopt daarna min. 15 minuten de wandeling. Als de hond naast je loopt en je komt bij het uitlaatgebied waar de hond zijn behoefte kan doen dan laat je de hond eerst naast je zitten door hem de opdracht ‘zit’ te geven. Vervolgens geef je hem met het woord ‘vrij’ de mogelijkheid om te snuffelen en de behoefte te doen. Als de hond de behoefte heeft gedaan dan roep je de hond terug met de opdracht ‘hier’. Als de hond bij je is dan laat je hem wederom zitten en beloon je hem rijkelijk met een aai of een snack. Vervolgens laat je hem weer naast je been komen en loop je met de opdracht ‘voet’, ‘volg’of ‘naast de wandeling. 
Weer bij de voordeur aangekomen laat je de hond wederom eerst even zitten, stap je zelf als eerste naar binnen, geeft de hond de opdracht voet/volg/ naast. Binnen laat je de hond wederom eerst even zitten alvorens je de lijn los maakt. Heb je de lijn losgemaakt dan geef je de hond ‘vrij’. 
Deze wandeling is op de voor-hersenen gericht en zorgt ervoor dat de hond zich op jouw concentreert en hij niet gericht op zijn achter-hersenen instinctief reactief op andere dieren, fietsers reageert. Tevens is de hond meer voldaan met deze geleide op de voor-hersenen gerichte wandeling waardoor de hond daarna kalm en rustig zal zijn. 

Klik hier om naar de les energie herkennen te gaan.