De vragen die je in gesprek kan stellen:

1.  Wat is de kleur van de voerbak?
    *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
      Kijk hoe het dier eet. Welke kleur ziet het dier als het eet? Wat is de kleur van de voerbak?

2. Van welk materiaal is de voerbak gemaakt?
    *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
     Luister hoe de voerbak wordt gevuld. Luister hoe het dier eet. Welk geluid weerklinkt er tijdens het eten? Van welk materiaal is de voerbak gemaakt?
     Wat hoor je? Wat voel je?

3. Wat is qua eten groot feest voor het dier?
    *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
      Zie het dier opeens heel erg blij worden. Extra blij. Waarvan is dat? Hoe ruikt het? Hoe ziet het eruit? Waarnaar smaakt het? Welke kleur heeft het?
      Is het hard of zacht? Wat is de beloning voor het dier?

4. Wat is het favoriete speeltje van het dier?
    *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
      Zie het dier opnieuw blij worden. Wat doet de mens met het speeltje in zijn handen? Welke kleur heeft het speeltje? Maakt het geluid?
      Is dat een piepgeluid? Is dat het geluid van een belletje? Is het een zacht speeltje? Is het speeltje van stof, van kunststof of van hout?
     Waar smaakt het naar?
     Waarom vindt het dier dit een leuk speeltje? Is dat omdat het beweegt? Is dat omdat het zo lekker ruikt? Is dat omdat er een lekker smaakje aanzit?

5. Zie je nog meer dieren in de omgeving van het dier?
   *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
     Kijk naar het dier in zijn woonomgeving. Zijn er dieren om hem heen? Ziet het dieren in kooien?
     Die dieren om hem heen, lopen die onder hem door of zijn die groter dan hij is? Wat voor dieren zie je? Kun je ze ruiken? Kun je ze voelen?

6. Hoeveel dieren wonen er bij het dier?
   *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
    Hoeveel dieren zie je? Kun je ze tellen?

7. Hoe reageert het dier op vreemden?
    *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
     Laat het dier staan en laat er vreemde mensen op afkomen. Hoe reageert het dier? Wat vindt het dier van vreemden?

8. Hoe reageert het dier op kinderen?
   *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
    Er komen nu kinderen bij. Hoe reageert het dier op kinderen?

9. Wat is de kleur van de auto?
   *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
    Het dier ziet de auto van de mensen. Welke kleur is deze auto?

10. Hoe zwaar is het dier?
     *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
      Vraag het dier of je het mag optillen. Als dat mag, zet je het op de weegschaal. Als het niet mag, vraag het dier er dan zelf op te gaan staan.
      Welk getal zie je?

11. Waar is het dier bang voor?
      *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
      Je ziet het dier bang worden. Het is ergens bang voor. Kun je horen wat het is? Kun je zien wat het is? Kun je het ruiken? Kun je het proeven?
      Waarvoor is het bang?

12. Hoe ziet de woonkamer / de stal eruit?
     *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
      Bekijk de woonomgeving van het dier (de huiskamer of de stal). Wat zie je? Kun je deze woonomgeving beschrijven? Wat ruik je? Wat hoor je?
      Is het er licht of donker? Is het er kleurrijk of niet? Is het modern ingericht of klassiek? Klinkt het er warm of koud? Dof of hol?
      Zie je een markant meubelstuk? Wat kun je daarvan zeggen?

13. Hoe reageert het dier op soortgenoten?
     *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
      Zet het dier tussen soortgenoten. Hoe reageert het erop?

14. Hoeveel mensen wonen er bij het dier in huis?
     *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
      Kijk naar de mensen die in de kamer zitten. Hoeveel mensen telt het dier in huis?

15. Hoe gedraagt het dier zich als het alleen blijft?
     *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
      Het dier blijft nu alleen achter. Hoe gedraagt het zich? Wat doet het?

16. Hoe reageert het dier op water?
     *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
       Zet het dier bij een groot water, een beekje of bij een waterplas. Hoe reageert het op het water? Rent het weg? Wil het erin? Wil het pootjebaden?

17. Wie of wat is het beste dierlijke speelkameraadje van het dier?
      *Aanwijzingen voor de leerling dierentolk:
       Zie hoe het dier blij wordt. Er komt een dierlijk speelkameraadje op hem of haar af. Het dier wordt vrolijk. Kijk hoe het dier speelt.
       Kijk naar het speelkameraadje dat het dier ziet. Welke kleur heeft het speelkameraadje? Welke vorm heeft het speelkameraadje? Heeft het lang haar?
       Heeft het kort haar? Heeft het geen haar? Heeft het veren? Is het een soortgenoot? Is het een rasgenoot? Is het van hetzelfde geslacht?
       Is het groter dan het dier? Is het kleiner dan het dier? Waar ruikt het speelkameraadje naar? Hoe spelen de twee?

Klik hieronder om naar de volgende les te gaan:
Meditatie voor gesprek